De foto is van de Notre Dame du Haut, een bedevaartkapel bij Ronchamp in de regio Bourgogne-Franche-Comté in Frankrijk, ontworpen door Le Corbusier. Te zien is het spreekgestoelte aan de buitenkant van de kapel.
Het idee voor dit blog (de fotograaf als spreker) is ontstaan bij het lezen van het boek: Beeldtaal, perspectieven voor makers en gebruikers, door Jos van den Broek, Willem Koetsenruijter, Jaap de Jong en Laetitia Smit. We stellen ons daarbij voor dat we ergens een speech moeten geven. We maken gebruik van de klassieke retorica.
Context
De eerste vraag is: waar gaan we die speech geven?
De context bepaalt voor een deel de manier waarop de speech ontvangen wordt. Dat geldt ook voor foto’s. Het maakt nogal verschil of de foto in een museum hangt, of in een persoonlijk fotoboek staat.
Inventio
De volgende vraag is: wat willen we vertellen? We kiezen inhoud en argumenten (die passen bij doel en publiek).
Wat wordt weergegeven, wat wordt weggelaten (selectie)?
Hoe maak ik iets opvallend, in het oog springend (salience)?
Hoe kan ik er een draai aan geven zodat het onderwerp in een juist perspectief wordt geplaatst (spin)?
Is het moment bijzonder, goed getimed (moment)?
Dispositio (indeling/opbouw)
De volgende vraag is: Hoe willen we dit vertellen?
We ordenen inhoud en argumenten op een slimme manier.
Vectoren: leiden de kijker door het beeld.
Belichting: brengt sfeer in het beeld.
Groepering: brengt (wan)orde in het beeld
Herhaling: helpt de kijker
Elocutio (welsprekendheid)
We verwoorden de inhoud met gevoel voor stijl, humor of bijzondere staaltjes taalgebruik. De inzet van stijlmiddelen kan (de zeggingskracht van) een beeld aanzienlijk verbeteren.
De volgende stijlmiddelen worden onderscheiden.
Contrast (tegenstelling)
De tegenstelling is een buitengewoon sterk middel om aandacht te trekken. Contrast kan in vele vormen voorkomen: omvang, licht, kleur enzovoort.
Repetitio (herhaling)
Repetitio is de herhaling binnen een beeld, in beeldmateriaal een veelgebruikt stijlmiddel. Herhaling van een beeld of boodschap zorgt dat die beter onthouden wordt: het wordt de kijker ingepeperd. Bovendien wordt de nadruk gelegd op dat deel van het beeld waar de herhaling wordt onderbroken.
Rijm
Het ene object binnen het beeld wordt in rijm gebracht met een ander object.
Metafoor (vergelijking)
Er kunnen verschillende vormen van metaforen worden onderscheiden:
bij hybridisatie fuseren objecten tot één beeld.
bij juxtapositie staan objecten naast elkaar of worden ze met elkaar vergeleken.
bij substitutie vervangen objecten (of subjecten) elkaar.
Synecdoche (pars pro toto)
Toon een deel van het geheel en de kijker wordt aangemoedigd het resterende deel in te vullen.
Paradox (tegenstelling)
Er is sprake van een (schijnbare) tegenstelling.
Oxymoron (tegenspraak)
Deze stijlfiguur is die van de tegenspraak, waarbij twee zaken tegelijkertijd worden gebruikt die elkaar tegenspreken. Bij het oxymoron blijft de tegenstelling bestaan.
Personificatie
Wanneer objecten menselijke trekken krijgen spreken we van personificatie.
Hyperbool (overdrijving)
Stijlfiguur van de (sterke) overdrijving. Het effect is, als het goed is, dat de bewering bijzondere aandacht krijgt.
Pastiche (nabootsing)
Pastiche is nabootsing van het werk van een beroemde auteur. Het effect is voornamelijk het plezier van de herkenning, van het oplossen van de puzzel en/of van het vinden van betekenisvolle verschillen.
Gezichtsbedrog
Het verkeerd zien van iets. Het wordt vooral tot stand gebracht door een bijzonder perspectief.
Incongruentie
Er is sprake van incongruentie als er sprake is van een zekere ongerijmdheid in het beeld. Het daagt de kijker uit daarvoor een verklaring te vinden.
Storytelling
Bij storytelling is het gebeuren voor en na het moment van het beeld af te leiden.
Memoria (oefenen, oefenen, oefenen)
Na een eerste opzet gaan we vooral oefenen om weg te laten wat overbodig is, en/of om tot de kern door te dringen. En om na te gaan hoe we het best ons verhaal kunnen presenteren.
Actio (de feitelijke speech)
De feitelijke speech/presentatie, met als belangrijkste vraag: op welke manier willen we de beschouwer overtuigen:
met ethos: er wordt uitgegaan van de geloofwaardigheid (van het beeld).
met logos: het gaat om rationele argumenten.
met pathos: er wordt een beroep gedaan op het gevoel (van de kijker).
Slot
Naast de eerdere blog “de fotograaf als ontwerper” geeft ook dit blog “de fotograaf als spreker” suggesties over de aanpak van het maken van een foto/beeld. Er volgt nog een blog “de fotograaf als kunstenaar”.
Veel succes!
PS Graag hoor/lees ik of iedere foto klopt bij het betreffende onderwerp. Zo nee, welke niet?
Een zelfhulpboek voor fotografen, dat is ‘Van maken tot raken’. Het helpt mensen
om hun eigen fotoverhaal met aansprekende inhoud te bedenken en vervolgens
te vertellen met een eigen handtekening. Wij spraken met auteur Diana Bokje.
Tover met je camera de realiteit om tot kunst Tien praktische bouwstenen Kijk- en doe-opdrachten Geschikt voor zowel beginners als ervaren fotografen met elk type…
Houd er rekening mee dat:
Deze actie verwijdert dit lid ook uit jouw vrienden en stuurt een rapport naar de sitebeheerder.
Het duurt een paar minuten voordat dit proces is voltooid.
Reacties